De strijd tussen Willem III en Lodewijk XIV om grandeur en glorie

In de tweede helft van de 17e eeuw waren de koningen Willem III en Lodewijk XIV hevig met elkaar in strijd omdat zij beiden de macht in Europa wilden. Macht is nog zacht uitgedrukt. Ze wilden alom en tot in eeuwigheid geroemd worden! Honderden jaren later moest er nog over hen en hun grote succes gesproken worden. Nou, dat is ze gelukt! De hevige rivaliteit tussen deze twee kemphanen sleurde zelfs heel Europa, dat toch al zo veel oorlog had gekend, mee in hun strijd.

Lodewijk XIV, ook wel de Zonnekoning genoemd, droomde ervan om Frankrijk, toen het machtigste land van Europa, uit te breiden en hij wilde de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden veroveren. Hij zag zichzelf als het middelpunt van Frankrijk en Frankrijk als het middelpunt van de wereld. Hij verlangde naar grandeur en slaagde erin de veel kleinere republiek der Nederlanden binnen te dringen, maar hij kwam uiteindelijk niet verder dan de Waterlinie. De Waterlinie was een verdedigingsmechanisme waarbij rond de grote rivieren land onder water werd gezet om de vijand tegen te houden. En met succes.

Beide koningen probeerden elkaar te overtreffen met hun kolossale paleizen en prachtige kunstwerken

Willem III, ook wel Willem van Oranje-Nassau genoemd, streefde eveneens naar grandeur. Deze zwijgzame en ongeduldige koning kreeg veel invloed door internationaal op politiek niveau slim te handelen. Daardoor kwam hij uiteindelijk op de Engelse troon terecht. Bovendien was hij goed in oorlog voeren. Tijdens de Negenjarige Oorlog (1688-1697) ging hij de strijd aan met Lodewijk XIV en had hij andere Europese landen aan zijn zijde, waaronder Engeland. Met het Verdrag van Rijswijk kwam er in 1697 een einde aan de Negenjarige Oorlog. Hiermee eindigde het conflict tussen Frankrijk en de Europese mogendheden, waaronder Engeland, Spanje en de Republiek der Zeven Nederlanden.

“L’Etat, c’est moi”

Zowel Lodewijk XIV als Willem III streefden naar absolutisme. Elk van de twee liet op zijn eigen manier zijn macht gelden. Lodewijk XIV wilde dat op zowel politiek, economisch als maatschappelijk vlak alle macht bij hem, dus bij de koning kwam te liggen. Hij liet het wereldberoemde paleis van Versailles bouwen en pronkte uitbundig met zijn rijkdom om zijn absolute monarchie te tonen. Zo liet hij zichzelf vereeuwigen door veel schilderijen van zichzelf te laten maken en op te hangen. Zijn uitspraak “L’Etat, c’est moi” (de Staat, dat ben ik) is dan ook nog steeds bekend.

Willem III streefde ook naar veel macht. Deze norse man boog voor niemand. Hij slaagde er zelfs in op de Engelse troon te komen. Zo redde hij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en daarmee kwam hij politiek gezien sterk te staan. Hij kreeg steeds meer invloed in Europa. Zo heeft Willem III Paleis Het Loo in Apeldoorn laten uitbreiden en renoveren om zijn rijkdom te tonen en te laten zien dat hij net zo machtig was als de Zonnekoning.

Lodewijk XIV zag zichzelf als het middelpunt van Frankrijk en Frankrijk als het middelpunt van de wereld

Beide vorsten waren liefhebbers van kunst, literatuur, architectuur en waren voorstanders van culturele ontwikkelingen. Lodewijk XIV stond bekend om zijn weelderige hofcultuur die in stand werd gehouden door strenge regels over wie welke taken moest verrichten. Toen Willem III in Engeland aan de macht was gekomen, toonde hij zijn grootsheid door het Hampton Court Palace te laten verbouwen om een vergelijking met Versailles te maken.

Kunst stond dus bij beide koningen hoog in het vaandel. De Zonnekoning gebruikte kunst als middel om zijn absolute monarchie te versterken. De kunstwerken toonden de glorie van zijn bewind. Toen Willem III koning was van Engeland, had hij ook interesse in kunst. Hij verzamelde kunstwerken en steunde kunstenaars. Beide koningen streden dus niet alleen op het slagveld om de hoogste eer en de meeste macht, maar probeerden elkaar ook te overtreffen met hun kolossale paleizen en de prachtige kunstwerken die ze bezaten. Maar hoe kinderachtig deze rivaliteit nu ook lijkt, het is een feit dat miljoenen mensen tot op de dag van vandaag genieten van de omvangrijke nalatenschap van deze twee onverbeterlijke kemphanen.