Eeuwenlang is de doop van een schip al een gewichtig inwijdingsritueel. Veel oude beschavingen hadden feestelijke plechtigheden bij een tewaterlating. Zo riepen de oude Egyptenaren, Grieken en Romeinen hun (zee)goden aan om bescherming voor de bemanning te vragen. In Griekenland dronk men ruimschoots wijn voordat een schip van stapel liep, en om het in te zegenen goot men water over de boot. Zelfs een altaar ontbrak vaak niet aan boord. Deze rituelen bleven bestaan tot in de middeleeuwen, waar zowel christenen als joden wijn en water gebruikten om Gods bescherming over de bemanning af te smeken.
Hoewel deze gewoontes tot in de middeleeuwen gangbaar bleven, leek men in de Reformatie tijdelijk de bakens te verzetten. In de 17e eeuw bijvoorbeeld waren in Groot-Brittannië de inzegeningen meer seculier van aard. Volgens de traditie daar vloeide er wijn of zelfs whisky of brandewijn. In de 19e eeuw deed champagne zijn intrede als dé drank bij de feestelijkheden.
Bijzonder genoeg hadden zowel de beroemde Titanic als de Costa Concordia, een cruiseschip dat zonk voor de kust van een Italiaans eiland, te maken met problemen rondom hun doop. De Titanic werd zelfs nooit een behouden vaart gewenst, terwijl bij de feestelijke inwijding en naamgeving van de Costa Concordia de fles champagne niet wilde breken. Na de tragedies met beide schepen regende het speculaties over de gevolgen van het ontbreken van een goede doop. Misschien toch een slecht voorteken.
Geluksmuntje
En dan is er nog de kiellegging. Die markeert de start van de bouw van een schip, een moment waarop een droom eindelijk vorm krijgt na maanden of zelfs jaren van plannen. Vroeger legde men een geldstuk onder de mast van houten zeilboten als symbool van geluk. Tegenwoordig last men het muntstuk vast aan het schip — een taak voor de jongste leerling van de werf. Het ritueel stamt uit de tijd van de oude Grieken en Romeinen. Immers, in die tijd geloofde men dat je de oversteek naar het hiernamaals niet kon maken zonder een betaling aan de veerman. Door het muntje aan boord vast te maken, zou de kapitein het altijd bij de hand hebben, mocht het schip ooit vergaan.
De eerste steen
Leuven, 22 maart 1527. In de vroege namiddag verzamelden zich stadsbestuurders, werklieden en tal van Leuvenaars op de plek van de Dorpstraet-poort, die negen jaar eerder door een brand was verwoest. Nadat de nieuwe poort voltooid was, kwam men die middag bij elkaar en bracht de burgemeester een laag mortel aan, waarna een raadslid er een gouden munt op wierp. Daarna plaatste men aan de voor- en achterzijde gedenkstenen met naam en toenaam van deze notabelen. Zo zouden de Leuvenaars zich niet alleen de eerstesteenlegging herinneren, maar vooral de stadsbestuurders die het initiatief genomen hadden.
De oorsprong van het leggen van de eerste steen — een praktijk die in veel culturen voorkomt — voert terug naar de Bijbel, waar Jakob een steen opricht als gedenkteken. Dit wordt gezien als een symbolisch gebaar van het leggen van een fundament.
Tussen 1850 en 1940 was het gebruikelijk dat kinderen van de opdrachtgever de eerste steen legden. De zoon of dochter bracht met een troffel een laag specie aan op een muurtje, waarna men de steen met inscriptie inmetselde. Het opschrift bevatte meestal de datum, evenals de naam en leeftijd van degene die de steen had gelegd. Nu zien wij deze gedenkstenen vooral als symbool van herinnering en eerbetoon.
Een lintje doorknippen
Toen aan koning Willem-Alexander werd gevraagd naar zijn rol als monarch bij het uitvoeren van ceremoniële taken, zoals het ‘lintjes knippen’, reageerde hij opmerkelijk door te stellen dat ook deze handeling betekenis heeft door de keuzes die je maakt. Daarmee doorbrak hij de negatieve gevoelswaarde die aan de term kleeft, en kreeg hij tegelijkertijd meer vrijheid om zich diepgaand te richten op de waarden die hij als persoon belangrijk vindt.
De visie op het koningschap in onze cultuur is mede geworteld in onze religieuze geschiedenis. Daarvan getuigen de verhalen over koning Saul, koning David en koning Salomo. Toen het volk om een koning vroeg, stelde God de profeet Samuel gerust door te zeggen dat ze er een zouden krijgen. Hiermee ontstond de allereerste scheiding tussen kerk en staat.
Tot slot
De huidige behoefte aan diepgang komt voort uit een verlangen naar betekenisvolle en persoonlijke leermomenten. Vooral jongeren zoeken naar ervaringen die helpen bij een nieuwe fase in hun leven of werk. Veel mensen van de nieuwe generatie willen niet vastzitten in traditionele vormen van spiritualiteit, maar zoeken naar authenticiteit en vrijheid om hun eigen pad te bepalen.
Zo wordt het openingslint een metafoor die, als het eenmaal is doorgeknipt, de weg naar een nieuw begin wijd openzet.