Zwitserland is een meertalig land. Het land heeft vier officiële talen: Duits, Frans, Italiaans en het Reto-Romaans, een regionale taal. Het land is verdeeld in zesentwintig kantons, met elk onder andere een eigen parlement en een eigen grondwet. In sommige kantons worden meerdere talen gesproken. Bovendien heeft zo’n beetje elk dal zijn eigen dialect. Een bijzonder geval is Graubünden, een kanton in het zuidoosten van het land waar zelfs drie talen gesproken worden. Driekwart van de mensen spreekt er Zwitserduits, dertien procent spreekt Italiaans en veertien procent spreekt Reto-Romaans. Maar daar blijft het niet bij, want elke regio of elk dorp gebruikt een andere variant van deze taal.
Oorsprong van het Reto-Romaans
Het Reto-Romaans is verwant aan het Ladinisch en Friulisch, twee talen die men in Noord-Italië spreekt. Het Reto-Romaans ontstond in de regio Grischun uit het volkse Latijn van Romeinse soldaten en kolonisten, en mengde zich met de lokale inheemse talen nadat de Romeinen de provincie Raetia hadden veroverd.
Maar alles veranderde na een grote brand in de hoofdstad Chur in 1464, toen Duitstalige arbeiders betrokken werden bij de wederopbouw. De Reto-Romaans sprekende bevolking verloor haar taalkundige en culturele centrum, en de taal en bijbehorende tradities werden langzaam verdrongen door het Duits. Gelukkig werd daarom in 1919 de organisatie Lia Rumantscha opgericht, een instelling die fondsen werft om de Reto-Romaanse cultuur te ondersteunen.
Dialecten en geografische invloed
Sursilvan, Sutsilvan, Surmiran, Puter en Vallader: de mensen die deze verschillende dialecten van het Reto-Romaans spreken, kunnen elkaar redelijk goed verstaan doordat de idiomen onderling veel overeenkomsten vertonen. Elk van deze variëteiten heeft zijn eigen grammatica, woordenboeken en literaire tradities.
De oorsprong van deze diversiteit ligt in de geografische kenmerken. Het bergachtige Graubünden telt 150 dalen, 615 meren en 937 bergtoppen. De hoogste top in Grischun is de 4049 meter hoge Piz Bernina. De winters zijn er lang en koud, de sneeuw metershoog. Dat is de reden waarom de inwoners er vroeger erg geïsoleerd leefden en de verschillende dialecten zich door de eeuwen heen onafhankelijk van elkaar ontwikkelden.
Verschillen in vervoeging van werkwoorden
Een mooi voorbeeld daarvan is het werkwoord doen, dat in het Sursilvan als volgt wordt vervoegd:
jeu fetschel, ti fas, el fa, nus fagein, vus fageis, els fan.
Ten oosten van Chur, in het Unterengadin, gaat hetzelfde werkwoord heel anders:
eu fetsch, tü fast, el fa, nus fain, vus fais (of faivat), els fan.
In het Oberengadin schrijft men:
eau fatsch, tü fest, el fo, nus fains, vus fais, els faun.
Het invoeren van bijvoorbeeld het Sursilvan als norm zou ertoe leiden dat aan de fetsch– en fatsch-zeggers moeizaam zou moeten worden bijgebracht dat zij het allemaal fout doen en dat je fetschel moet zeggen. Het besluit om geen algemeen geldende norm in te voeren, is gebaseerd op de gedachte dat de meeste sprekers er niet toe te brengen zullen zijn hun eigen taalgevoel geweld aan te doen.
Rumantsch Grischun en onderwijs
Bun di! Discurras ti rumantsch? – Goedemorgen, spreek jij Rumantsch? Voor ambtelijke doeleinden maakte men toch een standaardtaal met woorden uit alle dialecten, en men noemde het: Rumantsch Grischun.
Aan de Universiteit van Zürich kun je Rätoromanische Sprach- und Literaturwissenschaft studeren. Dat is hoopgevend, want steeds minder mensen spreken het nog.